19-11-15

Mijn tussenkomst in de Oost-Vlaamse provincieraad n.a.v. de indexering van de zitpenningen

TUSSENKOMST BETREFFENDE INDEXERING ZITPENNINGEN

De meerderheidspartijen CD&V, Open VLD en sp.a leggen hier vandaag een voorstel voor betreffende de indexering van de presentiegelden van de provincieraadsleden. Het is inderdaad al 9 jaar geleden dat er nog een indexering doorgevoerd werd. De vraag is dus plausibel denk je dan. Zo worden de wedden van de gedeputeerden wel automatisch geïndexeerd.

Onze fractie was, net als de andere oppositiepartijen N-VA en Groen, van oordeel dat dit best bij consensus zou gebeuren. M.a.w. dat alle partijen die momenteel vertegenwoordigd zijn in de provincieraad akkoord zouden gaan gezien de nogal kiese aard van het voorstel. De oppositie wou dan ook graag akkoord gaan op voorwaarde dat er in het geheel van de vergoedingen een aantal aanpassingen zouden doorgevoerd worden. Wij zijn immers van oordeel dat er momenteel een aantal anomalieën in het systeem zitten. De oppositie ging er dan ook geredelijk van uit dat er binnen het Bureau een open debat zou gevoerd worden waarbij wij onze voorstellen op tafel konden leggen. Het was echter snel duidelijk dat de meerderheid dit voorstel er hoe dan ook wou doordrukken.

De reden voor dit voorstel is echter minder nobel (gelijk loon voor gelijk werk) dan je op het eerste gezicht zou denken. Een doorsnee provincieraadslid wordt er immers niet zoveel beter van. Het is immers zo dat de hogere overheid in de persoon van de Vlaamse minister van Binnenlandse Zaken Liesbeth Homans (N-VA) de provincies ertoe zal dwingen om binnen afzienbare tijd uit de vele intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, beter bekend als de intercommunales, te stappen. Ik hoef er geen tekeningetje bij te maken dat dit een aanzienlijk verlies aan talrijke lucratieve mandaten met zich zal meebrengen, mandaten die tot op heden netjes verdeeld werden en worden onder de leden van de meerderheidspartijen. Voor sommige collega’s onder ons (en zeker voor de raadsleden uit de meerderheid), zal dit een substantieel inkomensverlies met zich meebrengen. En uiteraard moet dat op de één of andere manier gecompenseerd worden. En wat is er dan makkelijker dan deze kans aan te grijpen om de zitpenningen te indexeren? De meerderheid broedde al langer op dit idee, maar wou deze indexering in een niet zo ver verleden enkel doorvoeren op voorwaarde dat iedereen akkoord ging. Kwestie om iedereen in het bad te trekken en niet alleen de meerderheidspartijen met pek en veren te laten insmeren en bloot te stellen aan de hoon van de burgers. Maar blijkbaar werd de interne druk dan toch te sterk.

Het is wel zo dat oppositiepartijen inderdaad de kans gekregen hebben om hun bezwaren op een informele manier kenbaar te maken. Niets meer en niets minder. Daarom zet ik onze voorstellen nog een keer op een rijtje:

  1. Het volume van de uitgekeerde som aan presentiegelden en vergoedingen zoals die op vandaag bestaat, mag niet stijgen.
  2. Wij pleiten voor de afschaffing van de dubbele zitpenningen voor het Bureau en het Uitgebreid Bureau en zien deze graag vervangen door een enkele zitpenning.
  3. Wij stellen in vraag of elke commissie wel over een voorzitter èn ondervoorzitter èn secretaris moet beschikken. Waarom wordt er naast een zitpenning ook nog eens een forfaitair bedrag verbonden aan deze 3 functies? De Centrale Commissie komt bijvoorbeeld maar een paar keer per jaar samen.
  4. Is het nodig dat de provincieraad beschikt over 4 ondervoorzitters? Strikt genomen krijgen die wel geen forfaitaire vergoeding, maar ze maken wel deel uit van het Uitgebreid Bureau en ontvangen aldus ook een dubbele zitpenning.

Als aan deze voorwaarden kan worden voldaan, is er voor onze fractie geen enkel bezwaar meer om de voorgestelde indexering goed te keuren.

 

Olaf Evrard, fractieleider Vlaams Belang provincieraad Oost-Vlaanderen

De commentaren zijn gesloten.