21-11-09

Schriftelijke vragen aan het College van Burgemeester en Schepenen

1. NAVO-pijpleiding + Erfdienstbaarheden (Schepen Verhaege, Ruimtelijke Ordening).

Motivering.

De eigenaar van de woning Oossekouter 10 (1ste afdeling - sectie B – perceelnummer 120n2) ontving een brief van het Ministerie van Defensie waarin hij werd aangemaand om de vijver, die door de huurder van de woning in de hof van het goed werd aangelegd, te dempen (Dossier nr. 2009-L01-0023, Vijver op de pijpleiding en in de erfdienstbaarheidszone).

Onder de grond bevindt zich namelijk een militaire pijpleiding. De Belgische Staat heeft jaren geleden een ondergrondse inneming verworven. Gelijktijdig werd conventioneel op de bovengrond een erfdienstbaarheidszone van 2 meter aan weerszijden van haar as (dus een totale breedte van 4 meter) gevestigd. De verwerving werd bekrachtigd door een bij de Hypotheekbewaring overgeschreven authentieke akte en is bijgevolg tegenstelbaar aan derden. Volgens de brief bewijst de aanleg van de betreffende vijver de niet-naleving van voornoemde erfdienstbaarheden. Na het verwijderen van de inbreuk moet de bevoegde dienst op de hoogte gebracht worden om eventuele beschadigingen aan de bekleding van de leiding op te sporen en te laten herstellen.

Voor de goede orde zou ook een afschrift van dit schrijven overgezonden zijn aan het gemeentebestuur van Nevele.

Tenslotte wordt in het schrijven beklemtoond dat elke wijziging in de nabijheid van de leiding, hoe gering ook, het voorwerp moet uitmaken van een voorafgaande schriftelijke toestemming van het Ministerie van Defensie.

Vragen.

  • Heeft het gemeentebestuur een afschrift van de betreffende brief ontvangen?
  • Is het gemeentebestuur op de hoogte van deze erfdienstbaarheid?
  • Heeft het gemeentebestuur hier een specifieke (wettelijke) taak te vervullen?
  • Zo ja, wat is de taak van de gemeente?
  • Is het gemeentebestuur onderworpen aan dergelijke erfdienstbaarheden?
  • Beschikt het gemeentebestuur over eigendommen en/of gehuurd onroerend goed in de buurt van de militaire pijpleiding?
  • Hoe zit het met de bouw van de brandweerkazerne in de nabijheid van deze pijpleiding en met de geplande bouw van een magazijn voor de Technische Dienst op dezelfde locatie?
  • Is de eigenaar niet wettelijk verplicht om de huurder op de hoogte te stellen van dergelijke erfdienstbaarheden?
  • Heeft de dienst die bevoegd is voor de controle van de militaire pijpleiding het recht om zonder voorafgaande toestemming van de huurder het goed  te betreden én foto’s te maken (inbreuk op de Wet op de Privacy)?

 

2.    Waardevol onroerend erfgoed.

Motivering.

Met ingang van 14 september 2009 kreeg een groot gedeelte van het waardevolle Vlaamse onroerende patrimonium een betere bescherming: 66.000 gebouwen die geselecteerd werden uit de door het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed (VIOE) opgestelde inventaris “Waardevol architectonisch patrimonium in Vlaanderen” krijgen een ‘apart’ statuut. Voor alle begrip: het gaat hier niet alleen om beschermde monumenten, die al beschermd zijn door het monumentendecreet, maar om gebouwen die om de één of andere reden – hun patrimoniumwaarde – werden geselecteerd. De reden voor deze selectie kan erg uiteenlopend zijn: gaande van een toegeschreven historische of volkskundige waarde, over het feit dat het de residentie van een bekende kunstenaar betreft, tot een ontwerp van een beroemde architect. Ook de waaier aan geselecteerde woningen is erg breed: van boerderijen over pastorijen, herenhuizen tot modernistische architectuur, …

Alhoewel het niet om een feitelijke erkenning als monument gaat, moeten de eigenaars en bewoners van dergelijke panden zich aan een aantal regels houden. De vaststelling heeft immers tot gevolg dat 5 wettelijke bepalingen in de regelgeving over onroerend erfgoed, ruimtelijke ordening, wonen en energieprestaties geactiveerd werden. Het gaat om uitzonderingsmaatregelen ten gunste van gebouwen uit de bouwkundige inventaris, met als doel ze zo veel mogelijk te vrijwaren. Het gaat specifiek om volgende bepalingen: 

 

  • Om een gebouw uit de vastgestelde lijst te slopen, is er voortaan altijd een stedenbouwkundige vergunning nodig. Die wordt door het gemeentebestuur al dan niet afgeleverd, nadat de erfgoedwaarde van het gebouw afgetoetst is via een algemene onroerende erfgoedtoets. Het gemeentebestuur dient alvorens de vergunning eventueel toe te kennen, eerst de aanvraag voor te leggen aan de Dienst Ruimtelijke Ordening Vlaanderen. De adviezen van deze dienst zijn evenwel niet bindend, maar richtinggevend.
  • Er is een stedenbouwkundige vergunning nodig om zonnepanelen of zonneboilers op een plat dak te plaatsen of te integreren in een hellend dak van een gebouw uit de lijst.
  • Zonevreemde gebouwen op de lijst, kunnen vlotter een nieuwe functie krijgen.
  • Gebouwen uit de lijst mogen afwijken van de geldende normen op het vlak van energieprestaties en binnenklimaat, voor zover die afwijking nodig is om de erfgoedwaarde van het pand in stand te houden.
  • In de sociale woningbouw geldt de regel dat de kosten voor renovatie maximaal 80% mogen bedragen van de prijs voor een nieuwbouw van dezelfde omvang. Als de renovatiekosten meer bedragen, dient het gebouw gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Voor gebouwen uit de lijst geldt deze 80%-regel niet. Op die manier wordt sociale huisvesting in deze gebouwen door renovatie gestimuleerd.

 

Deze beschermingsmaatregel heeft niet alleen consequenties voor tienduizenden privé-eigenaars maar ook voor heel wat besturen. Gemeenten, OCMW’s en provincies blijken in heel wat van de opgelijste gevallen eigenaar te zijn van de panden.

 

Heel wat eigenaars van dergelijke panden zullen evenwel niet op de hoogte zijn van het feit dat hun eigendom intussen aan deze regelgeving werd ontworpen. Laat staan dat ze weten dat hun woning door de opstellers van de inventaris werd geselecteerd voor opname. Volgens woordvoerders van het VIOE was het immers “technisch niet haalbaar” om alle eigenaars te verwittigen. Toch wel een bevreemdende uitspraak want het Vlaams gewest kan blijkbaar wel probleemloos de aanslagen voor  de onroerende voorheffing aan de huiseigenaars in Vlaanderen versturen, maar blijkbaar niet de eigenaars van de panden verwittigen dat ze onder deze nieuwe regelgeving vallen.

 

Daarom stelt het Vlaams Belang voor dat het gemeentebestuur van Nevele zich in de plaats zou stellen van de Vlaamse overheid en zelf de belanghebbenden schriftelijk op de hoogte zou brengen van het feit dat ze op deze lijst voorkomen en de consequenties hiervan zou toelichten.

 

Een overtuigend argument is dat dit op termijn tijdsbesparend zal werken voor de stedenbouwkundige ambtenaar. Anders zal deze in de toekomst wellicht heel wat tijd moeten verspillen om de onwetende eigenaars die met vragen zitten, te briefen.

Op de webstek van het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed kan de inventaris geraadpleegd worden: http://inventaris.vioe.be/dibe. Via de functie “Ik zoek een relict” kan de ambtenaar voor elke gemeente in Vlaanderen nagaan welke gebouwen in de lijst zijn opgenomen. De functie “Ik zoek een geheel” kan gebruikt worden om voor elke Vlaamse gemeente bouwkundige gehelen op te zoeken (vb. dorpsgezichten).

Vraag.

  • Is de gemeente bereid om nader op deze problematiek in te gaan en eventueel de betrokken eigenaars en bewoners zelf aan te schrijven?

3.    Regularisatieaanvragen op basis van de instructie van 19 juli.

Motivering.

Regularisatie illegalen.

Vragen.

  • Kan de burgemeester meedelen hoeveel regularisatieaanvragen er op basis van de instructie d.d. 19 juli van de regering aan de Dienst Vreemdelingenzaken in onze gemeente tussen 15 oktober  en 15 november werden ingediend?
  • Hoeveel aanvragen werden op die datum reeds doorgestuurd naar de Dienst Vreemdelingenzaken na een positieve controle van de reële verblijfplaats?
  • Hoeveel aanvragen werden niet in overweging genomen omwille van een negatieve controle van de reële verblijfplaats?
  • Kan de burgemeester een opsplitsing geven van de ingediende aanvragen volgens de verschillende criteria uit de instructie?